StartpaginaUit de praktijkConsumentenrecht

Mevrouw Weber was in dienst van mevrouw Woltersen, om op haar gehandicapte zoontje, Wim, te passen. Voor dat doel wordt overheidssubsidie gegeven: een ’rugzakje’. Mijnheer Woltersen was aannemer, en beschikte onder andere over een flinke bestelauto met aanhangwagen. Wim en mevrouw Weber konden het goed met elkaar vinden, en iedereen was gelukkig met de gang van zaken. Mevrouw Weber nam Wim en zijn oudere broertje soms zelfs een weekend mee naar haar eigen huis, als de familie Woltersen eens een paar dagen vrij wilde hebben.

Tijdens een kopje koffie vertelde mevrouw Weber, zonder enige bijbedoeling, dat haar zuster, Maria, in Frankrijk woonde, maar graag naar Nederland wilde verhuizen. Spontaan bood mijnheer Woltersen haar zijn bestelauto en aanhanger te leen voor de verhuizing. Hij was blij dat hij op zijn beurt iets aardigs kon doen voor mevrouw Weber. Zelf zou mevrouw Weber niet meegaan naar Frankrijk; verhuizen is meer iets voor mánnen. Maar haar zoon, Gerard, wilde wel helpen. Vervelend was alleen, dat Gerard een rijbewijs B had, en daarmee mocht maar tot 3500 kg totaalgewicht worden gereden. Voor de heenweg was dat geen probleem – maar de beladen equipage zou dat gewicht te boven gaan. Geen nood, want Maria’s vriend, Ferdi, had wél het juiste rijbewijs (B-E), en die zou dan terug rijden.In Frankrijk aangekomen bleek, dat Maria, tegen alle afspraken in, niets had voorbereid. De chauffeurs moesten álles zelf uit het huis halen, en inladen. En toen de equipage klaar was voor vertrek, kón Ferdi niet meer. Hij was uitgeput, en vroeg Gerard – die blijkbaar wat meer uithoudingsvermogen bezat – om met rijden te beginnen, tot de eerste stop. Dat deed Gerard.

En toen kwam de klapband. De rechter achterband van de bestelauto.

De equipage ramde de vangrail; bestelauto, aanhanger en meubilair werden flink beschadigd. De politie kwam erbij, en Gerard kreeg een flinke bekeuring, vanwege het foute rijbewijs.

En de schade?
Een klapband is niet toerekenbare tekortkoming, overmacht. Het had iedereen, mét of zonder geldig rijbewijs, kunnen gebeuren. Dus de uitlener Woltersen had pech! Gelukkig voor hem vergoedde de autoverzekering bijna alles. Behalve de schade aan de aanhanger, want dáárdoor was Gerard boven het voor hem toegestane gewicht uitgekomen. Daar moest hij dus voor opdraaien.
Maar dát vond niemand redelijk, want hij had immers alleen maar willen helpen. Dus ging de familie in conclaaf, en dat leidde tot een (schriftelijke) overeenkomst tussen mevrouw Weber, Maria en Gerard over de verdeling van de schade.
Helaas werd die overeenkomst door Maria niet nagekomen – en toen was de vrede in de familie voorgoed verstoord. Het was toch allemaal om háár verhuizing begonnen?

En alsof dat alles nog niet genoeg was: máánden na de klapband barstte mevrouw Woltersen uit tegen mevrouw Weber: ‘Ik kan je niet meer zién, ik word rázend als ik naar je kijk, je bent ontslagen’. Ontslag op staande voet, maanden na een gebeurtenis die niets met je werk te maken heeft. Dát wordt een mooie schadeclaim! Of toch niet? Op advies van haar advocaat betaalde mevrouw Woltersen alsnog het salaris over de opzegtermijn (de ‘gefixeerde schadevergoeding’) uit. Maar verder? ‘Nee’, zei de rechter. ‘Meer behoeft zij niet te betalen, dat ontslag was terecht. Want de stemming was verpest. En juist in zo’n dienstverband met een zeer persoonlijke relatie weegt dat zwaar.’

Zo leidde een vriendendienst tot ruzie van iedereen met iedereen

Psychische overmacht
Haal je rechtInitiatiefContactSitemapDisclaimer